![]()

Geschiedenis van de Westelijke Tuinsteden
Korte geschiedenis van Sloten
Het gebied waar nu de Westelijke Tuinsteden liggen was tot circa 1950 een landelijk gebied. Voordat de stad zich tot hier uitbreidde had dit gebied al een geschiedenis van bijna duizend jaar als agrarisch gebied achter zich. Rond het jaar 1000 was de omgeving van wat nu Amsterdam is, net als een groot deel van Holland, een veenmoeras waar nauwelijks mensen woonden.
Vanaf de tiende eeuw werden deze gebieden langzamerhand in cultuur gebracht en werden ook de eerste dorpen gesticht. Het gebied ten westen van waar nu de Schinkel en Kostverlorenvaart liggen werd vanuit Kennemerland gekoloniseerd. Het dorp Sloten werd in 1063 voor het eerst genoemd. De kerk van Sloten was een dochterkerk van die van Velsen. Uit dezelfde periode dateren Abcoude en Ouderkerk in het Amstelland. Het Amstelland viel echter onder de invloedssfeer van de bisschop van Utrecht. Van de stad Amsterdam was toen nog geen sprake, deze ontstond pas twee eeuwen later (eerste vermelding in 1275). Sloten is dus zo'n tweehonderd jaar ouder dan Amsterdam. Naast Sloten ontstonden deze omgeving nog enkele andere dorpen, zoals Sloterdijk (Sloterdam) en Osdorp (Oostdorp). De bewoners leefden van de tuinbouw, veehouderij en visvangst. Al vanaf het ontstaan van de stad Amsterdam werd dit de belangrijkste afzetmarkt voor de producten van de boeren.
Drooggelegde meren
In het gebied lagen ook enkele meren, die in de zeventiende eeuw werden ingepolderd. De Slotermeer werd in 1634 drooggelegd. Sindsdien lag hier de droogmakerij 'Sloterdijkermeerpolder'. Bij overstromingen liep deze nog vele malen onder water.
De grote wateren in de omgeving waren echter een grotere bedreiging. Naast het IJ in het noorden was de Haarlemmermeer in het westen een constant gevaar. Weliswaar leverde deze meren opbrengst in de vorm van visvangst, maar het verlies aan land was echter veel schadelijker. Telkens als het stormde vond er afkalving van de oevers plaats. Daardoor ging ten westen van Sloten in de loop der tijd een grote hoeveelheid land verloren. Twee dorpen, Nieuwerkerk en Rijk, die tot Sloten behoorden, werden in de zeventiende en achttiende eeuw verzwolgen door de waterwolf. De Haarlemmermeer was echter zo sterk in omvang toegenomen dat inpoldering niet zo simpel was als bij de kleinere meren. De bekende molenmaker Adriaen Leeghwater ontwierp al in de 17e eeuw een plan om de Haarlemmermeer met circa 200 windmolens droog te malen.
Pas na de uitvinding van de stoommachine behoorde drooglegging van dit meer, zo'n twee eeuwen later, tot de mogelijkheden. Na de storm van 1834 werd het gevaar zo acuut dat niet alleen Sloten, maar ook Amsterdam (en ook Leiden) gevaar liep door de golven verzwolgen te worden. In 1852 was het eindelijk zover dat de Haarlemmermeerpolder droog viel. Enkele jaren later (in 1869) werd ook de kleine Lutkemeer ten westen van Osdorp nog drooggelegd. In 1876 volgde tegelijk met de aanleg van het Noordzeekanaal de drooglegging van grootste deel van het IJ, zodat het gevaar van het water nu sterk verminderd was.
De stad rukt op
Een andere bedreiging van het landelijke gebied van Sloten kwam nu uit het oosten. In het laatste kwart van de negentiende eeuw begon Amsterdam sterk te groeien. Vanaf 1870 werd er gebouwd buiten de Singelgracht en de bebouwing rukte snel op naar het westen en zuiden. Nadat in 1896 al een groot stuk van de gemeente Nieuwer Amstel (thans Amstelveen) was geannexeerd, was het in 1921 de beurt aan Sloten (net als Watergraafsmeer, Buiksloot en Nieuwendam) om door Amsterdam opgeslokt te worden. Voortaan behoorde dit gebied tot Amsterdam, met de bedoeling dit voor stadsuitbreiding te gebruiken.
In de jaren twintig verschenen op het grondgebied van de vroegere gemeente Sloten al de wijken rondom het Mercatorplein, Surinameplein en Hoofddorpplein, ontworpen door architect Berlage. Toen in de jaren dertig behoefte ontstond aan nog verdere uitbreiding van de stad naar het westen werd het Algemeen Uitbreidings Plan (AUP) ontworpen.
Korte geschiedenis van Amsterdam Nieuw West
De wijken in Amsterdam-West die in de tweede helft van de 20e eeuw zijn gebouwd vormen de Westelijke Tuinsteden. De oudste delen zijn nu bijna vijftig jaar oud, aan de laatste nieuw gebouwde wijken langs de Ringvaart wordt nog gebouwd. Daarmee zijn de Westelijke Tuinsteden niet 'voltooid', want de oudste wijken, gebouwd in de jaren vijftig en zestig, staan het komende decennium voor een grote vernieuwingsoperatie.
Algemeen Uibreidings Plan
Het gebied waarom het hier gaat is gebouwd volgens het in 1935 vastgestelde Algemeen Uibreidings Plan (AUP). Dit plan werd ontworpen door de in 1929 nieuw ingestelde gemeentelijke dienst Stadsontwikkeling, onder leiding van C.P. van Eesteren. Volgens het AUP zouden in de periode tot het jaar 2000 grote nieuwe wijken aan de rand van de toenmalige stad gebouwd worden en kon de stad groeien van circa 700.000 tot 1 miljoen inwoners. De Westelijke Tuinsteden aan de westkant , Buitenveldert aan de zuidkant en de uitbreidingen in Amsterdam-Noord werden volgen het AUP gerealiseerd.
Licht, lucht en ruimte
Werd tot in de jaren dertig van de 20e eeuw gebouwd volgens het principe van het 'gesloten bouwblok', waarbij de huizen dicht op elkaar staan en in de woningen weinig zonlicht kon doordringen, in de jaren dertig werd van dit model afgeweken. In de wijk Landlust (Bos en Lommer) werden in de jaren 1937-'38 de eerste flatcomplexen in 'strokenbouw' opgeleverd en volgens moderne principes ingericht. Dit model flats van vier bouwlagen met een trappenhuis en daaraan acht woningen met meestal drie of vier kamers werd in de drie volgende decennia op grote schaal in de nieuwe wijken gebouwd. Na Landlust werd in Bos en Lommer in de jaren veertig verder geëxperimenteerd met de strokenbouw en later ook met andere verkavelingsvormen.
Woningnood
Door de oorlogsjaren 1940-'45 liepen de uitbreidingsplannen grote vertraging op. Gebrek aan bouwmaterialen en arbeidskrachten zorgden er voor dat pas in 1948 weer aan verdere uitbreiding gebouwd kon worden. Door de grote woningnood was er haast bij de uitvoering van de bouwplannen. Daarom werd de nadruk gelegd op snelle en grootschalige productie van veel gelijksoortige woningen. Bij duizenden woningzoekenden was men al blij een dak boven het hoofd te hebben en helemaal om over een nieuwe woning te kunnen beschikken. Daarom zijn een aantal zaken in de nieuwe wijken goedkoper en minder gevarieerd uitgevoerd dan gewenst en oorspronkelijk gepland. Het zijn deze aspecten die nu mede aanleiding vormen tot vernieuwing.
Functiescheiding
In de oude vooroorlogse wijken waren de stadsfuncties sterk gemengd: woningen, winkels, werkplaatsen, kantoren, wegen, etc. Aan het ontwerp van de nieuwe wijken ging uitgebreid onderzoek vooraf en een van de principes was scheiding van functies, dus woonwijken en bedrijfsterreinen gescheiden. Ook het al eerder in de tuindorpen in Watergraafsmeer en in Noord toegepaste principe van meer groen en meer laagbouw vond op grote schaal toepassing. In de Westelijke Tuinsteden vond wel een menging plaats van laagbouw en middelhoogbouw en later ook hoogbouw.
Sloterplas
Het hart van de nieuwe stadsuitbreiding zou de Sloterplas worden. De in de zeventiende eeuw drooggelegde Slotermeer werd weer water en uitgebaggerd tot op een diepte van circa 30 meter. Dit om zand te winnen voor de ophoging van de bouwgrond en voor de aanleg van dijklichamen voor de wegen. Ook de bestaande Nieuwe Meer ten zuiden van Sloten werd sterk uitgebreid ten behoeve van de zandwinning. Voordeel van de aanleg van de Sloterplas was tevens dat hiermee een groot park en recreatiegebied temidden van de nieuwe wijk kon worden aangelegd.
Grootschalige bouw
In 1951 startte de bouw van de nieuwe tuinstad Slotermeer, de eerste wijk buiten de Ringspoorbaan. De eerste paal werd geslagen in december 1951. De eerste woningen konden in oktober 1952 worden betrokken. Daarna ging het snel: vanaf 1954 kwam Geuzenveld erbij, in 1955 Slotervaart, in 1956 Overtoomse Veld en in 1958 Osdorp. Omstreeks 1970 waren deze wijken grotendeels volgebouwd. Er waren hier toen meer dan 100.000 inwoners. In de jaren zestig en zeventig werden ook de uitbreidingen in Buitenveldert en Amsterdam-Noord volgens het AUP gerealiseerd. In de jaren negentig werden in de Westelijke Tuinsteden nog enkele nieuwe wijken gerealiseerd op locaties die tot dan toe onbebouwd waren. Dit betrof de wijken Eendracht, Oostoever, Nieuw Sloten en De Aker.
Plaquette aan de Burg. de Vlugtlaan,
nabij de Ringspoorbaan

H.M. Koningin Juliana
heeft op 7 october 1952
Tuinstad Slotermeer opengesteld,
de eerste der te stichten Tuinsteden
buiten de Ringspoorbaan
Stadsvernieuwing
In de afgelopen decennia heeft in de oudere stadswijken al op grote schaal stadsvernieuwing plaatsgevonden. In het komende decennium zullen de in de jaren vijftig, zestig en zeventig gebouwde wijken op de schop gaan. Naast Amsterdam-Zuidoost en Noord worden ook de Westelijke Tuinsteden aangepakt.
Vernieuwing Westelijke Tuinsteden
In de afgelopen twintig jaar heeft de samenstelling van de bevolking in Amsterdam-Nieuw West een grote verandering ondergaan. Veel van de gezinnen die hier in de jaren vijftig en zestig waren komen wonen trokken weg naar elders. De mensen die bleven behoren nu tot de oudere generatie. Vanaf de jaren tachtig werd de plaats van de vertrokken bewoners in steeds sterkere mate ingenomen door mensen die van buiten Nederland hierheen migreerden. De grootste groep binnen de allochtone bevolking zijn nu de mensen van Marokkaanse afkomst. Ook is het aantal jongeren de laatste jaren weer toegenomen. Van de huidige generatie jongeren in Amsterdam-West heeft meer dan de helft ouders die buiten Nederland geboren zijn.
Een andere grote verandering is het feit dat de woningbezetting lager is geworden: per woning zijn er minder bewoners. De traditionele gezinnen van vader, moeder en kinderen zijn in veel gevallen vervangen door Eén- of tweepersoonshuishoudens. In geheel Amsterdam betreft dit al ongeveer de helft van de huishoudens. Als gevolg van de toegenomen welvaart, de veranderde samenstelling van huishoudens en andere levensstijlen dan vroeger zijn de woonwensen in de loop der jaren soms sterk veranderd. Woningen waar men enkele decennia geleden blij mee was zijn nu minder gewild. Bovendien is er een groot aantal woningen van het zelfde type (portiekwoningen). Dit geeft een eenzijdig aanbod, terwijl de vraag op de woningmarkt inmiddels veel meer gedifferentieerd is.
Een andere verandering is dat de Westelijke Tuinsteden bij de bouw aan de rand van de stad lagen. Door de sterke groei van de randgemeenten, Schiphol en de Havens-West en de aanleg van nieuwe wegen en spoorlijnen ligt dit gebied niet meer aan de rand maar in feite midden in een stedelijk gebied. De positie en de rol van de Westelijke Tuinsteden is dus geleidelijk aan veranderd. Door een combinatie van redenen is nu de tijd gekomen dat vele grotere veranderingen gaan plaats vinden.
Organisatie van de vernieuwingen
In 1999 stelde de Gemeente Amsterdam het bureau Parkstad in met de opdracht om de vernieuwingen te gaan voorbereiden. Het bestuur van deze ambtelijke organisatie wordt gevormd door drie wethouders van de Centrale Stad en vier wethouders van de vier betrokken stadsdelen: Bos en Lommer, Geuzenveld/Slotermeer, Slotervaart/Overtoomse Veld en Osdorp.
De bestaande woningbouwverenigingen hebben zich omgevormd tot woonbedrijven. Een aantal van deze organisaties hebben zich samengevoegd in consortia. In Amsterdam Nieuw West zijn er nu drie actief.
Ook de bewonersorganisaties hebben in 1999 de handen ineen geslagen. De drie bestaande organisaties, Eigenwijks, Wijkcentrum Osdorp en Wijkopbouworgaan Geuzenveld/Slotermeer hebben een Samenwerkingsverband Bewonersorganisaties Westelijke Tuinsteden (SBWT) gevormd. In 1999 verscheen de nota 'Manifest voor West' waarin de ideeën werden beschreven.
Bureau Parkstad heeft in 2000 een nota van uitgangspunten gemaakt, die inmiddels door de Centrale Stad en de Stadsdelen is goedgekeurd. In maart 2001 verscheen de nota 'Richting Parkstad 2015', waarin de plannen voor de komende 15 jaar verder zijn uitgewerkt. Dit betreft de plannen die er bestaan op het gebied van woningbouw, sociale vernieuwing, economische vernieuwing, ruimtelijke vernieuwing en milieu.
Bij de verdere uitvoering van de plannen is nog veel overleg nodig om een en ander in goede banen te leiden. Een positieve betrokkenheid van alle partijen, gemeente, stadsdelen, woningcorporaties, bewoners, bedrijven, etc. is van groot belang om de vele vernieuwingen tot een goed einde te brengen.
Het komende decennium zal grote veranderingen te zien geven, hopelijk kan in 2015 gezegd worden dat deze tot een ontwikkeling in positieve richting hebben geleid.
© Erik Swierstra, maart 2001
Enige informatie over de drie stadsdelen in de Westelijke Tuinsteden, ontleend aan www.amsterdam.nl
![]()